De rit op de openbare weg mentaal beheersen vóór je gaat lessen — kijkprotocol, beoordeelde onderdelen, voertuigcontrole en valkuilen. Zodat je in de les puur op uitvoering focust.
55 min totaal~35 min rit6 hoofdonderdelenholistisch beoordeeld74,3% slaagt (2025)
De opbouw, het oortje-systeem, de norm en het mantra dat door alles loopt.
Het AVD is een rit van ±35 minuten op de openbare weg (55 min totaal incl. intro + uitslag). Je wordt holistisch beoordeeld op 6 hoofdonderdelen uit Rijprocedure A — geen puntentelling zoals het AVB, maar één totaaloordeel: "veilig én zelfstandig genoeg, ja of nee".
Het mantra. Spiegel → schouderblik → richting → handeling. Hoofd zichtbaar bewegen. Ver + breed kijken. Vlot maar veilig. Fout? Adem, herstel, door.
De #1 zakreden = kijkgedrag. De examinator kan je gedachten niet lezen. Beweegt je hoofd/helm niet, dan telt de controle niet mee — ook al keek je met je ogen wél. Maak je kijken overdreven zichtbaar.
De dag in stappen
Kennismaking + documentcontrole in het examencentrum.
Voertuigcontrole van de motor: richtingaanwijzers, verlichting incl. remlicht, banden, L-bord, spiegels.
Ogentest: kenteken lezen op ±25 meter.
BRAVO-A vragen over de motor (zie tab Voertuigcontrole).
De rit (±35 min): examinator rijdt in een auto achter je, instructies via het oortje. Inclusief de CBR-stop.
Uitslag: direct na afloop, mondeling + uitslagformulier.
Het oortje & de volgauto
Rijd je eigen rit; behandel de volgauto als gewoon ander verkeer. Kun jij door groen en de volgauto niet? Gewoon veilig doorrijden — de examinator vindt je terug. Mis je een aanwijzing of versta je 'm niet? Vraag om herhaling. Dat is geen fout; het toont dat je veiligheid vooropstelt.
Vier gouden draden
01
Zichtbaar kijken — hoofd draaien zodat de examinator het ziet.
Positie = overzicht + zichtbaarheid + uitwijkruimte (niet de fietspadpositie).
04
Anticiperen: scan en voorspel 3–5 sec vooruit, houd een vluchtweg.
Voertuigcontrole — BRAVO-A
Het enige instudeerbare deel. Je kunt hier niet op zakken, maar je stemt de examinator positief door kennis te tonen. Leer de antwoordzinnen uit je hoofd.
Twee ezelsbruggetjes circuleren: BRAVO-A (Banden, Remmen, Aandrijving, Verlichting, Olie, Algemeen) en BRAVOK (Banden, Remmen, Accu/Aandrijving, Verlichting/Vering, Olie, Koeling). Leer de inhoud, niet de letter. Weet je iets niet? Zeg dat eerlijk.
B
Banden
›Wat & normen
Profiel: wettelijk minimum 1 mm voor motorbanden (auto = 1,6 mm); advies vervangen bij 2 mm.
Meet via de TWI (slijtage-indicator): loopvlak gelijk met de bruggetjes → vervangen.
Geen scheuren/droogtescheuren, geen steentjes/metaal/glas in het profiel, ventieldopjes aanwezig.
Bandenspanning hoger dan auto (orde voor ±2,5 / achter ±2,9 bar); exact in instructieboekje. Slicks verboden.
›Antwoordzin
Uit het hoofd"De banden zien er goed uit: voldoende profiel — minimaal 1 mm, te controleren via de slijtage-indicatoren — geen scheuren of droogtescheuren, geen steentjes of metaal in het profiel, en de bandenspanning klopt volgens het instructieboekje."
R
Remmen
›Wat & normen
Voor- én achterrem hebben een aparte schakelaar en sturen elk onafhankelijk het remlicht aan.
Controleer remwerking, remvloeistofniveau, remleidingen op scheurtjes, dikte remblokken.
›Antwoordzin
Uit het hoofd"Ik controleer of voor- en achterrem allebei werken en allebei het remlicht laten branden, of de remvloeistof op niveau staat en of de remleidingen geen scheurtjes hebben."
Kettingspeling ±1,5–3 cm (exact in instructieboek), gemeten midden tussen de tandwielen.
Smeren elke ±250–500 km, ná een rit als de ketting warm is. Versleten → ketting + beide tandwielen samen vervangen.
›Antwoordzin
Uit het hoofd"Dit is kettingaandrijving. De kettingspeling moet ongeveer 1,5 tot 3 cm zijn — exact staat in het instructieboekje — gemeten in het midden tussen de tandwielen. Smeren doe ik elke 250 tot 500 km, na een rit als de ketting warm is."
Snelheidsmeter moet verlicht zijn; kilometerteller hoeft niet.
Verlichtingscontrole doe je samen met de examinator, vlak voor vertrek.
›Antwoordzin
Uit het hoofd"Voor controleer ik dim-, groot- en knipperlicht; achter het achterlicht, knipperlicht, kentekenverlichting en remlicht. De snelheidsmeter moet verlicht zijn; de kilometerteller hoeft niet."
O
Olie
›Wat & methode
Controleer met de motor rechtop (middenbok), bij koude motor of 5 min na stilstand.
Peilstok los → schoonvegen → terugplaatsen → eruit → aflezen → evt. bijvullen via dezelfde opening.
Verschil min–max ≈ 0,5 liter.
›Antwoordzin
Uit het hoofd"Ik zet de motor rechtop op de middenbok, draai de peilstok los, veeg hem schoon, plaats hem terug, haal hem er weer uit en lees het peil af. Bijvullen via dezelfde opening; soort en hoeveelheid staan in het instructieboek."
A
Algemeen (+ Accu, Vering, Koeling)
›Wat checken
Accu, controlelampjes, noodstopknop (schakelt ontsteking uit, vaak rechts op het stuur).
Vering: voorvork + achterveerpoot op lekkage (keerring lek → olie op remschijf → geen remwerking).
Koeling: koelvloeistofniveau + kleur (bruine smurrie = corrosie, niet goed).
L-bord en spiegels aanwezig en goed afgesteld (horizon in bovenste deel van de spiegel).
👁
Ogentest
›Wat moet je doen
Kenteken van een stilstaande auto hardop lezen op ±25 m. Lukt het niet (ook niet met bril/lenzen), dan gaat het examen niet door. Draag/neem je bril of lenzen mee.
Zithouding en bediening (paraplu over alles) + wegrijden, stoppen en de CBR-stop.
3.0
Zithouding, bediening & schakelen
Paraplu
›Wat moet je doen
Ontspannen zitten, veel raakvlakken met de motor, knieën licht tegen de tank.
Handen/voeten zo plaatsen dat bedienen kan zonder te verschuiven.
Stuur ontspannen vasthouden; sturen vanuit de heupen, niet de armen.
Koppeling vlot en vloeiend; altijd in de juiste versnelling blijven.
›Waar letten ze op
Permanente stuurvastheid, juiste koers bij bedienen van hulpapparatuur, juiste gasdosering, koppeling gebruiken voor stabiliteit bij lage snelheid, meest veilige lijn met minimale stuurcorrecties.
Korte controleblik → wegrijden in vloeiende lijn → richting uit.
›Stoppen & CBR-stop
Stoppen aan de kant: spiegel(s) → schouderblik rechts → richting rechts → geleidelijk afremmen in versnelling → netjes aan de kant → koppeling in.
CBR-stop: je krijgt opdracht ergens te stoppen. Richting aangeven, netjes stoppen. Pas wegrijden als de volgauto ook stilstaat: schouderblik → richting → wegrijden.
›Waar letten ze op
Wegrijden uit parkeerstand = bijzondere manoeuvre: overig verkeer niet meer dan noodzakelijk hinderen, met grote voorzichtigheid. CBR onderscheidt niet kijken (zwaarst), onvoldoende kijken (wel gekeken, niet direct weggereden) en onjuist kijken (procedureel maar niet functioneel).
›Top-fouten
Geen/half schouderblik → examinator ziet het niet → overdreven hoofddraai.
Te aarzelend/hinderlijk wegrijden → onzekerheid → kies bewust je gat en commit.
Richting te laat of vergeten → routine ontbreekt → vaste volgorde inslijpen.
›Kijkprotocol
spiegel→schouderblik→richting→handeling
Schouderblik naar de kant waarop je invoegt. Maak de helmbeweging zichtbaar.
Onderweg — plaats & bochten
Rijden op rechte en bochtige weg, je positie als motorrijder, en de bochttechniek.
3.2
Plaats op de weg
›De kern
Rijd in normale omstandigheden in het midden van je eigen rijstrook (en zoveel mogelijk rechts). De juiste positie = die met het meeste overzicht + zichtbaarheid + uitwijkruimte.
Vermijd de "fietspadpositie" (te ver rechts): slecht zichtbaar, nodigt auto's uit je in dezelfde strook in te halen, geen uitwijkruimte. Houd ±1 m van geparkeerde auto's (portieren). Kruis tramrails zo recht mogelijk.
›Bochtlijn (buiten–binnen–buiten)
Bocht naar links: ga zoveel mogelijk rechts op je strook (meer zicht op tegenliggers).
Bocht naar rechts: ga zoveel mogelijk links op je strook (meer overzicht door de bocht).
Blijf altijd op je eigen weghelft — hel nooit over de middenstreep of berm, snij geen bochten.
›Bochttechniek — de 3 K's
Kijken: beoordeel de hele bocht vroeg (bermpalen, lantaarnpalen, bochtschilden). Klaar zijn: vóór de bocht de juiste snelheid + versnelling, licht trekkende motor. Kantelen: tegensturen (bocht rechts = rechts tegen het stuur duwen), kijk ver door de bocht.
Rem vóór de bocht, niet erin. Koppeling niet ingeknepen in de bocht. Let op knijpende bochten/nabochten (afnemende straal).
›Top-fouten
Te vroeg insturen → je komt buiten uit (tegenligger-helft/berm) → later insturen, lang buiten blijven.
Fietspadpositie → slecht zichtbaar, geen uitwijkruimte → bewust midden/links kiezen.
Remmen ín de bocht / koppeling intrekken → instabiel → remmen vóór de bocht, licht gas erin.
Blik te dichtbij → slingeren → kijk ver door de bocht, "teken de bocht met je ogen".
›Mentale modellen
Instructeur"Je rijdt waar je kijkt — fixeer je op de boom en je rijdt de boom in; kijk naar de uitgang van de bocht."
Ervaren rijder"Slow in, fast out: rustig erin met trekkende motor, dan stuurt 'ie als op rails en kom je er met gas uit."
›Kijkprotocol
ver door de bocht→bermpalen/wegtaal→spiegel bij snelheidswissel
Op rechte stukken: ver + breed (min. 4 voertuigen vooruit), spiegels elke 5–8 seconden.
›Video
Rijschool Dalsem — Motorrijles op de weg (AVD).
Kruisingen
Kruispunten, rotondes en in-/uitritten — hier zit veel kijkwerk en de dode hoek.
Kruispunt ruim van tevoren herkennen, snelheid aanpassen; voorrang correct verlenen/nemen; bij afslaan fietsers/voetgangers voor laten gaan; kruispunt niet blokkeren. De schouderblik mag niet ontaarden in lang achteromkijken (dan mis je wat vóór je gebeurt).
›Top-fouten
Kruispunt oprijden zonder op roodrijders te checken → tunnelvisie op eigen groen → bij oprijden altijd links-rechts scannen.
Geen schouderblik bij afslaan → fietser in de dode hoek → vaste kijkvolgorde.
Te krap/ruim voorsorteren → fietsers klem / inhaalrisico → ruimte rechts laten, niet over pijlmarkering.
Te hoge naderingssnelheid → kan niet tijdig stoppen → snelheid eraf, klaar om te stoppen bij haaientanden.
›Mentale modellen
Instructeur"Op een kruispunt ben je alleen veilig als je je hoofd laat zien — de fietser in je dode hoek ziet de examinator wél."
Ervaren rijder"Met wie ga ik botsen? Pas je timing aan zodat je nooit tegelijk met die auto van rechts op hetzelfde punt bent."
›Video
Voorrang NEMEN, geven of KRIJGEN — kruispunt/rotonde-context.
3.6
Rotondes
›Checklist
Rotonde ruim herkennen, snelheid eraf (meestal 2e versnelling).
Richting bepalen; let op haaientanden, bord B6, fietspaden/zebra's.
Bij eerste afslag eraf: richting rechts vóór de rotonde.
Verder dan eerste afslag: geen richting bij oprijden; vloeiend op, geleidelijk naar rechts.
Richting aangeven altijd bij verlaten; bij oprijden alleen rechts als je er bij de eerste afslag af gaat. De schouderblik rechts bij verlaten is een nadrukkelijk beoordeeld punt vanwege fietsers in de dode hoek.
›Top-fouten
Geen schouderblik bij verlaten → fietser gemist → vaste reflex: spiegel R → schouder R → richting R → eraf.
Onduidelijk/te vroeg richting → verwarrend → richting pas bij de afslag waar je eraf gaat.
Te hoge naderingssnelheid → snelheid eraf vóór de haaientanden.
›Mentale modellen
Instructeur"Een rotonde is een ronde rij afslagen — behandel je afslag als gewoon rechts-afslaan mét schouderblik."
Ervaren rijder"Op rotonde-asfalt ligt vaak diesel/zand → matig je snelheid en kantel beheerst."
›Kijkprotocol
ver vooruit→links/rechts voorrang→bij eraf: spiegel R→schouder R→richting R
3.6
In-/uitrit & erf
›Wat moet je doen
Inrit inrijden: voorsorteren zoals bij afslaan; voetgangers/fietsers op trottoir/fietspad voor laten gaan.
Uitrit verlaten: al het verkeer én voetgangers voor laten gaan; snel in vloeiende lijn de juiste plaats innemen.
Erf: stapvoets (max 15 km/u); voetgangers mogen de hele weg gebruiken.
›Top-fout
Te veel focus op de manoeuvre i.p.v. op overige verkeer → eerst voetgangers/fietsers, dan pas jij.
Snelweg & inhalen
Invoegen/uitvoegen en inhalen/zijdelings verplaatsen — snelheid matchen en committen.
3.4
Invoegen & uitvoegen
›Invoegen — checklist
Op de toeleidende weg al naar de doorgaande rijbaan kijken.
Snelheid maken tot ≈ snelheid van het verkeer op de rechterrijstrook.
Uitvoegen: tijdig richting rechts → spiegel/schouderblik rechts → naar de uitvoegstrook → pas dáár snelheid minderen (niet op de hoofdrijbaan).
Weefstrook: invoegen → richting links zodra er ruimte is; volgen/verlaten naar rechts → richting rechts vóór de blokmarkering.
›Waar letten ze op
Invoegen met snelheid ≈ doorgaand verkeer, op het juiste moment, niemand hinderen, in volgorde van oprijden, vroeg beginnen met waarnemen. Met een motor zou wachten aan het eind van de invoegstrook nooit nodig moeten zijn.
›Top-fouten
Te laat beginnen met waarnemen → paniek-invoegen → scan al op de toeleidende weg, meerdere keren.
Te groot snelheidsverschil (20–30 te traag) → gevaarlijk → maak voldoende snelheid; "gas is veiligheid".
CBR-examinator tip — invoegen/uitvoegen (principes ook voor motor).
3.5
Inhalen & zijdelings verplaatsen
›Checklist inhalen
Ver vooruit kijken: is inhalen veilig én zinvol?
Binnenspiegel → linkerbuitenspiegel → schouderblik links → alles vrij?
Richting links → naar de linkerrijstrook → versnellen (snelheid niet laten zakken).
Voorbij → binnenspiegel → rechterbuitenspiegel → schouderblik rechts → richting rechts → terug (alleen als het logisch is).
›Waar letten ze op
Inhalen = bijzondere manoeuvre: al het overige verkeer voor laten gaan; snel/vlot uitvoeren; voldoende afstand vooraf; doorgetrokken streep = inhaalverbod; na inhalen terug naar rechts.
›Top-fouten
Snelheid laten zakken tijdens kijken → te traag inhalen → houd/bouw snelheid op.
Geen schouderblik bij terugkeren → snijdt de ingehaalde af → schouderblik rechts vóór terugkeren.
Blijven hangen achter een vrachtwagen → te passief → maak de keuze als er ruimte is.
›Mentale modellen
Instructeur"Inhalen doe je beslist en kort — twijfel maakt het juist gevaarlijk."
Ervaren rijder"Hang nooit in de dode hoek: of je houdt ruime afstand, of je gaat er vlot voorbij."
›Kijkprotocol
spiegel→spiegel→schouder L→richting L→…voorbij…→schouder R→richting R
Kijktechniek & anticipatie
De #1 zakreden van het AVD. Zichtbaar kijken + vooruit lezen.
Waarom dit cruciaal is
De examinator kan je gedachten niet lezen. Beweegt je hoofd/helm niet, dan telt de controle niet mee — ook al keek je met je ogen wél. Maak je kijkgedrag overdreven en bewust zichtbaar.
Protocol per situatie
Vaste cyclus bij elke handeling: spiegel → schouderblik → richting → handeling.
Tijdens rijden: 360°-scan als constant ritme — binnenspiegel, buitenspiegels, ver vooruit, dashboard, herhaal. Spiegels elke 5–8 seconden.
Schouderblik (dode hoek): bij élke zijdelingse verplaatsing, wegrijden, inhalen, in-/uitvoegen, afslaan, rotonde verlaten. Hele hoofd draaien, kin richting schouder.
Niet overdrijven naar achteren: schouderblik mag niet ontaarden in lang achteromkijken (koersverandering + je mist wat vóór je gebeurt).
CBR-onderscheid:niet kijken (zwaarst verwijtbaar) · onvoldoende kijken (wel gekeken, niet direct gehandeld) · onjuist kijken (procedureel juist maar niet functioneel). Doel: functioneel én zichtbaar.
Anticipatie & gevaarherkenning
Mindset "scannen en voorspellen" i.p.v. "rijden". Stel constant de "wat als"-vraag.
Anticipatie begint 3–5 seconden vóór de situatie. Fout: pas reageren als het gevaar al acuut is.
Afstand: 2 seconden volgafstand (3 bij nat wegdek). Ruimte = tijd = veiligheid.
Snelheid doseren: vlot waar het kan, rustig waar nodig; geleidelijk gas/rem.
"Zien en gezien worden": kies positie + snelheid zo dat je altijd een vluchtweg hebt.
Video — fouten in beeld
Rijschool Dalsem — "Hoe het niet moet" (veelgemaakte AVD-fouten).
Mentaal & norm
Hoe je beoordeeld wordt, wachttijden, faalangst, en het getrapte examen.
Slaag-/zaknorm
Holistisch beoordeeld, geen puntentelling. De examinator weegt aard, ernst en aantal afwijkingen van de Rijprocedure. Helemaal foutloos hoeft niet — het gaat om het totaalbeeld. Eén kleine fout zakt je niet; het gaat erom hoe je 'm oplost.
Slagingspercentage (CBR-jaarverslag 2025): 74,3% slaagde voor AVD (50.377 examens). Rijschool-/aggregatorcijfers noemen lager voor de eerste poging (±56–63%) — behandel als indicatief; CBR is leidend.
Wachttijden bij zakken
Normaal zakken: op zijn vroegst weer afrijden op de 14e dag na de examendatum (≈2 weken, sinds 10 juli 2023). Bronnen die "4 weken" noemen zijn achterhaald.
Afgebroken wegens verkeersgevaarlijk gedrag: op zijn vroegst na 6 weken.
Directe afbreek-/zakgronden: door rood rijden, geen voorrang met gevaar, kruispunt oprijden op "ramkoers", gevaarlijk invoegen, ingrijpen van de instructeur — alles wat acuut gevaar oplevert.
Faalangst & mentale aanpak
Het AVD is een rit, geen serie trucjes — je beheerst de protocollen en mindset, niet één oefening.
4-7-8 ademhaling: 4 in, 7 vasthouden, 8 uit — vóór vertrek en bij stoplichten.
Visualisatie: stel je elke avond voor hoe je rustig start en de rit goed afrondt.
Reframen: zenuwen = energie, niet gevaar.
Anker-woord ("rustig" / "ik kan dit") bij oplopende stress.
Oortje: aanwijzing gemist? Vraag herhaling (geen minpunt). Niet bevriezen.
Herstellen na een fout: adem, herstel de lijn, focus op de volgende handeling. Zenuwen ná een fout zijn de grootste oorzaak van de vólgende fout.
Faalangstexamen: via de rijschool aan te vragen — meer tijd, time-out mogelijk, zelfde eisen.
Getrapt examen (2 verrichtingen in de rit)
Bij A2/A getrapt (automaat → geschakeld, of categorie omhoog) zit het AVB in de AVD: de examinator toetst 2 bijzondere verrichtingen tijdens de rit, gekozen uit: omkeeropdracht (halve draai), lopend achteruit parkeren, wegrijden uit een vak, stapvoets rijden. Voorwaarde: onderliggend A-rijbewijs minimaal 2 jaar in bezit.
Tip stapvoets: constante koppeling-slip + vaste pols + blik ver weg (niet op het asfalt); niet te veel voorrem. Zie ook de AVB-gids voor deze verrichtingen.
Examendag & voorbereiding
Kleding- en toelatingseisen, regioverschillen en een gefaseerd plan.
Kleding & uitrusting (verplicht)
Helm: ECE-keurmerk, passend, met vizier óf (zonne)bril (sinds 1 mei 2024).
Schoeisel: stevig, bedekt minimaal de enkels; motorlaarzen / stevige leren schoenen / werkschoen S3+. Niet: Chelsea boots, Allstars, sneakers met uitrekbare band (sneaker-verbod sinds 1 jan 2025).
Handschoenen: bedekken hand + pols volledig.
Broek + jas: volledig bedekt; spijkerstof alleen met kevlar/Cordura + protectie.
Protectoren: knie, heup, elleboog én schouder verplicht (sinds 1 aug 2024); rugprotector aanbevolen.
Documenten meenemen
Geldig identiteitsbewijs.
Geldig theoriecertificaat A (max 1,5 jaar oud).
Uitslagformulier AVB met voldoende (max 1 jaar oud).
Kentekenbewijs van de examenmotor.
Bij aanvullend/getrapt: het onderliggende motorrijbewijs.
Regioverschillen
Stedelijk: veel kruispunten, trams/tramrails, drukke rotondes, bruggen met zijwind. Train tramrails kruisen + zijwind.
Buitengebied: meer landweggetjes en bochtenwerk, soms minder snelweg.
Snelweg wel/niet: niet elk gebied heeft direct snelweg; in-/uitvoegen kan ook op autoweg/weefstrook. Vraag je rijschool welk gebied bij jouw locatie hoort.
Gefaseerd plan
Fase 0 — nu, vóór je gaat lessen
Leer de BRAVO-A antwoordzinnen woordelijk uit je hoofd.
Memoriseer de kijkvolgordes tot ze automatisch zijn.
Bekijk de CBR-video + een paar AVD-ritten om het verloop te "zien".
Fase 1 — eerste lessen
Focus op kijkgedrag zichtbaar maken (overdreven helmbeweging) + houding (geen zoutzak, altijd in versnelling).
Klaar als: instructeur ziet je hoofd consequent bewegen.
BRAVO-A flash: Banden (≥1 mm, TWI, spanning, scheuren) · Remmen (voor+achter apart, beide remlicht) · Aandrijving (ketting 1,5–3 cm, smeren 250–500 km na rit) · Verlichting (voor: dim/groot/knipper; achter: achter/knipper/kenteken/rem; snelheidsmeter verlicht) · Olie (rechtop, peilstok schoonvegen, opnieuw) · Algemeen (accu, vering/lekkage, koeling, noodstop, L-bord, spiegels).
Onthoud: de #1 zakreden is kijkgedrag. Beweegt je hoofd niet, dan telt het niet. En: één fout zakt je niet — hoe je 'm oplost telt zwaarder dan dat je 'm maakte.